Praktijkregelement Disclaimer Privacyregelement Klacht en tuchtrecht Home
Home Mijn profiel Praktische informatie Tarieven / vergoedingen Behandelingen Contact Links

RSI/CANS – werkplekonderzoek

Wat is RSI

Bron

RSI staat voor Repetitive Strain Injuries. Klachten, die ontstaan als gevolg van het uitvoeren van steeds dezelfde bewegingen. Niet alleen de term RSI is in gebruik. In wetenschappelijke literatuur wordt steeds meer gebruik gemaakt van het (paraplu-)begrip Work related MusculoSkeletal Disorders (WMSD). De reden hiervoor is, dat deze term meer 'neutraal' is, dan de overige termen. In beide termen wordt een min of meer direkte relatie tussen de klachten en het werk verondersteld. Dit is echter feitelijk nog niet aangetoond. Ziektebeelden, die bij RSI horen, zijn Tenosynovitis, Tendinitis, Epicondylitis, Carpaal Tunnel Syndroom, De Quervainsyndroom, etc.
De plaatsen waar sommige WMSD’s voorkomen:



3 stadia

De symptomen van RSI kunnen in 3 verschillende stadia gerangschikt worden

Stadium I - Pijn treedt op aan het einde van een werkdag en is meestal de volgende dag weer weggetrokken.
* Gevoeligheid van de spieren
* Gevoeligheid van de pezen
* Plaatselijke vermoeidheid
* Onbehaaglijk, krampachtig of doof gevoel

Stadium II - Klachten worden uitgebreider. De arbeidsprestaties gaan omlaag.

* Irritatie
* Pijn (m.n. bij statische spierbelasting)
* Zwelling
* Tintelingen
* Slapheid of plotseling verlies van grijpvermogen
* Doof gevoel
* Soms verbleking van de huidskleur

Stadium III - De pijn blijft voortduren en treedt ook op bij niet-herhaalde bewegingen.
* Aanhoudende pijn, die vaak elke beweging van de betreffende spiergroep belemmert.
* Zwelling, plaatselijk of meer verspreid (b.v. alleen in de pols of in de hele onderarm).
* Veranderingen van huidskleur en temperatuur.
* Dood of tintelend gevoel.
* Kraken.

Alleen de symptomen uit stadium III worden RSI-klachten genoemd. De symptomen uit stadium I en II worden RSI-gerelateerde klachten genoemd.

Waar treden klachten op

Bij beeldschermwerk is er sprake van een combinatie van repeterende bewegingen van de vingers en de statische houding van de nek-/schouderregio. De spieren van de nek-/schouderregio worden statisch belast. De statische belasting en daardoor verslechterde doorbloeding geven pijn/spierspanning ter plaatse. Niet alleen ter plaatse, maar ook de doorbloeding naar perifeer is dan uiteraard ook verminderd. En perifeer, en dan met name in de handen en vingers, is behoefte aan een goede doorbloeding. De handen en vingers worden bij beeldschermwerk herhaald belast. Zowel bij typen als bij muiswerkzaamheden. Tijdens de herhaalde bewegingen van het typen treedt een soort wrijving op tussen spieren, pezen en botten. Deze wrijving kan hoog oplopen tussen pols en elleboog. De mate wrijving is afhankelijk van de stand van de polsen tijdens typen. Hoe meer dorsaalflexie* in de pols, hoe meer wrijving. Ook bij het werken met de muis is de stand van de pols belangrijk. Hoe meer dorsaalflexie* bij het vasthouden van de muis, hoe meer belasting op de pols en elleboog. Het sturen van de muis gebeurt met de arm. De arm moet worden gestabiliseerd door middel van een statische aanspanning van de spieren van de arm. Hoe gevoeliger de muis ingesteld is, hoe groter de statische belasting is. Het klikken op de muis met de vingers is de herhaalde beweging in deze.
* de hand in het polsgewricht wordt achterwaarts in de richting van de handrug bewogen

Wie hebben de meeste kans op RSI

Persoonlijkheid is een belangrijke factor. Er is geen verschil tussen mannen en vrouwen. Wat wel van belang is, is de persoonlijkheidsstructuur. Sommige mensen, ‘de doorzetter’, zullen minder snel actie ondernemen om RSI te voorkomen. Het tegenovergestelde, ‘verlegen’ mensen, geeft dezelfde uitkomst. Zij zullen niet zo snel vragen om verbeteringen van de werkplek of werktaak om klachten te voorkomen . Voorts hebben ‘gedreven’ mensen meer kans op RSI . Zij zijn plichtsgetrouwe, gemotiveerde en op produktiegerichte mensen. Met andere woorden. Het zijn over het algemeen geen ‘zeurpieten’, die RSI ontwikkelen. Daarnaast is een goede werkhouding, een optimaal ingerichte werkplek, goed ingedeelde werktaken en werkorganisatie van belang.

Preventie en reïntegratie
Voorkomen van klachten heeft prioriteit nummer één. Hoe langer de klachten aanwezig zijn, des te minder kans is er op herstel. De kans op definitief herstel in fase III is zelfs heel klein. Voorts is het van belang, dat werknemers klachten melden en zonodig zelf in een vroeg stadium maatregelen nemen. Werkgevers moeten de klachten serieus nemen en aan de werknemers kansen geven om maatregelen te nemen. Het is zaak, dat zij een systeem opzetten om RSI op te sporen en te behandelen.